Oorzaken en risicofactoren van een hersentumor

Oorzaken en risicofactoren hersentumoren

Over hoe en waardoor hersentumoren ontstaan is vrijwel niets bekend. Invloeden van buitenaf lijken geen belangrijke rol bij de ontwikkeling van een glioom te spelen. Wel is duidelijk dat erfelijke factoren mede een rol spelen, alleen niet in welke mate. Het gaat in elk geval niet om een erfelijke ziekte. Veel meer is het waarschijnlijk zo dat de aanleg om een hersentumor te krijgen al bij de geboorte aanwezig is. Van geen enkele omgevingsfactor is een relatie met het ontstaan van hersentumoren aangetoond (voeding, roken, alcohol, enz.). Er kunnen wel een aantal risicofactoren worden onderscheiden:

Röntgenstraling

Patiënten die eerdere hoogfrequente bestraling van het hoofd hebben gehad, of mensen die werken op de radiologieafdeling van een ziekenhuis en zich niet beschermen, hebben een grotere kans op een glioom.

Voor een verband met het gebruik van de mobiele telefoon is er geen bewijs.


Leeftijd

Gemiddeld is het risico op een hersentumor 1 op 200 kans. (Kanker krijgen is 1 op 3 kans). Het risico op een hersentumor neemt toe naarmate iemand ouder wordt. Er worden dus meer ouderen getroffen door een hersentumor dan jongeren. Echter een hersentumor kan p elke leeftijd optreden er worden zelfs baby’s met een hersentumor geboren. Bepaalde vormen van hersentumoren komen vrijwel uitsluitend bij kinderen voor. (Bijvoorbeeld een medulloblastoom.)

Chemische stoffen

Blootstelling aan chemische stoffen op het werk kan een hersentumor geven. Echter vandaag de dag zijn de veiligheidsnormen in de chemische industrie en het milieu in westerse landen van zo hoog van standaard, dat blootstelling van werknemers aan hoge doses chemicaliën nauwelijks meer voorkomt. Dit in tegenstelling tot onderontwikkelde landen.

Familiaire aanleg

Bij slechts een klein aantal erfelijke syndromen komen gliomen voor. Echter deze syndromen zijn veelal in de familie bekend, of worden ontdekt in de vroege jeugd. Een klein deel van de hersentumoren komen voor bij mensen met een familiegeschiedenis van hersentumoren of een familiegeschiedenis van genetische syndromen die het risico op hersentumoren te verhogen.

Voorbeelden van erfelijke ziektes zijn; Von Recklinghausen / neurofibromatose type 1, Syndroom van Turcot, Li-Fraumeni Syndroom (LFS) en Tubereuze Sclerose.